Suikermais is een eenjarige plant en een liefhebber van zomerse temperaturen.
Niet verwarren met:
Snijmais
Ook bekend als:
maïs
Je bekijkt de voor mobiel aangepaste versie van de pagina.
Die voor tablets, laptop en desktop biedt ook algemene informatie, zoals herkomst en teelt.
Suikermais – (Zea mays convar. saccharata) is een eenjarige plant en een liefhebber van zomerse temperaturen. Niet te verwarren met snijmais dat op grote schaal wordt verbouwd als veevoer. De plant maakt zowel vrouwelijke als mannelijke bloemen. De vrouwelijke bloemen ontwikkelen zicht tot de maiskolven. In de winter wordt het maisbed voorbereid door flinke hoeveelheden mest aan te brengen. Suikermais houdt van een licht zurige grond (pH 5,5). Turf maakt de grond wat zuurder. Suikermais houdt van warmte: voorzaaien in april in de warme kas of op de vensterbank. Zaaien in de volle grond kan pas half mei. Naast suikermais is er ook nog zaad voor pofmais (popcorn!) verkrijgbaar.
Klimaatverandering en mais
- Maiswortelboorder (Diabrotica virgifera) – profiteert van opwarming, ontstaan van meer plaatselijke plagen.
- Bladluis, o.a. maisbladluis (Rhopalosiphum maidis) – groeit sneller bij hogere temperaturen.
- Trips – onder warmere omstandigheden moeilijker te bestrijden.
- Spintmijten – sneller groei bij droog-warm weer.
- Wortelvlieg-larven.
- Koolmotsoorten op verhoute stengels.
- Rupsen van verschillende mottensoorten (o.a. nachtvlinders).
- Bladrollers.
- Maisklander (Sitophilus zeamais) – profiteert van opwarming
- Exoten zoals bruine stinkwants (Halyomorpha halys) — uitbreiding vanuit Zuid-Europa verwacht.
Plaaginsect
Groeipunten worden aangevreten, er komen meer zijscheuten en een verdikte voet: fritvlieg.
Vraat aan wortel of stengel van jonge maisplant: ritnaald (larve van kniptor).
Vertraagde groei, 2 tot 4 mm kleine knobbeltjes aan het uiteinden van de wortels: maiswortelknobbelaaltje (Meloidogyne fallax en M. chitwoodi).
Schimmels & ziektes

Kolf wordt bedekt met paddenstoelachtige schimmels: builenbrand.


