Vruchtdunning

In het voorjaar volgt na de bloei van fruitbomen de vruchtzetting. In de regel ontstaat er een overdaad aan kleine vruchtjes. Tussen eind mei en half juni vallen veel vruchtjes af: de junirui. Dat is een natuurlijk proces waarbij de boom alle zwakke vruchtjes afstoot.

Het vallen van de vruchtjes eind mei/begin juni – de junirui – komt ook door:

  • Tijdens de bloei was het te koud, waardoor de bloesem onvoldoende bestoven is
  • Slechte bestuiving door ontbreken van bijen en andere bestuivers
  • Overvloedige regen
  • Voedingsgebrek

Na de junirui is het verstandig fruitbomen na te kijken op ‘zwakke’ vruchten (appels en peren). Dat geldt voor appel-, peren- en pruimenbomen. Bij walnoten is dunnen en de controle daarop niet nodig. Verwijder de appeltjes en peertjes die misvormd, aangetast (schimmel) of beschadigd (hagel) zijn. Knip ook de vruchtjes weg die andere vruchten in de weg zitten.
Door dunnen wordt takbreuk voorkomen. Met name bij pruimenbomen, waarvan de takken minder stevig zijn dan die van appel en peer, is dunnen nodig om te voorkomen dat de takken het gewicht van de almaar groeiende pruimen niet kunnen dragen.

Dunnen kan met een schaartje of kleine snoeischaar:

  • Knip misvormd, aangetast en beschadigde vruchten weg
  • Wanneer er drie of meer vruchten in een tros zitten, verwijder dan de middelste
  • Knip vruchten aan het takeinde weg, want die kunnen takbreuk veroorzaken
  • Vruchten die onder takken hangen in de schaduw, krijgen minder zon en hebben daardoor minder kleur en smaak. Knip deze weg.

Eind juni is de beste tijd om te dunnen.

bepalen noodzaak tot dunnen
Een overdaad aan vruchtjes (appels), foto: J.N. Smit