Meidoorn

Meidoorn, heester behorend tot de rozenfamilie. Meidoorns zijn inheems voornamelijk op het noordelijk halfrond: Europa, Noord-Amerika, Azië en Noord-Afrika.

Ook bekend als:
Haagdoorn
Steendoorn

herkennen meidoorn
Eenstijlige meidoorn, foto: CC0 Public Domain
  • De besjes van de meidoorn zijn niet giftig; de vruchtjes worden in de kruidenleer gebruikt.

Meidoorn(Crataegus), heester behorend tot de rozenfamilie (Rosaceae). Meidoorns zijn inheems voornamelijk op het noordelijk halfrond: Europa, Noord-Amerika, Azië en Noord-Afrika. Er zijn eenstijlige (Crataegus monogyna) en tweestijlige (Crataegus laevigata) meidoorns. Eenstijlig en tweestijlig: de stampers van de eenstijlige meidoorn zijn allemaal gelijk, terwijl de stampers van de tweestijlige meidoorn twee ‘stijlen'(variaties) kennen.
Eenstijlige meidoorns wordt in rivierdalen en kalkhoudende gronden (duinen) gevonden. De bloesem heeft een onaangename geur. Eenstijlige meidoorn kunnen tien meter groot worden. De tweestijlige meidoorn wordt niet groter dan een meter of vijf en bloeit een paar weken eerder dan de eenstijlige, geurt aangenaam; de besjes zijn rood en vogels zijn er dol op.
Als sierplant is de roodbloeiende tweestijlige meidoorn ‘Paul’s Scarlet’ bekend. Deze boom kan een meter of zeven groot worden.
Meidoorns houden van een niet al te natte vochthoudende klei- of leemgrond, bij voorkeur enigszins kalkhoudend en een plek in de zon of halfschaduw. Ze verdragen snoeien goed en worden daarom vaak aangeplant als hagen. Snoeien in de winter als de meidoorns hun blad hebben laten vallen.
Meidoorns bieden met hun stekels een veilige nestgelegenheid voor zangvogels.
De meidoorn is als de peer en de lijsterbes vatbaar voor bacterievuur (Erwinia amylovora). Hierdoor zijn in de omgeving van boomgaarden veel meidoornhagen verdwenen. In streken met fruitteelt mogen meidoorns niet meer aangeplant worden.

Plaaginsect

herkennen larven perespinselbladwesp
Larven (rupsen) van de perespinselbladwesp, foto : Michael Gäbler – CC BY 3.0

Eind juni, begin juli verschijnen bruinige spinsels van + 10 cm tussen de bladeren. Poepresten hangen in het spinsel, donkergele rupsen kruipen er rond: larven van de perespinselbladwesp (Neurotoma saltuum).

herkennen rupsen op perenboom
Spinsel van een duifmot in perenboom, foto: Dennis Schuitema

Spinsels met oranje rupsen tussen de bladeren: larven van de duifmot (Swammerdamia pyrella), een stippelmot.

herkennen spinselnesten
Spinselnest van rupsen van de bastaardsatijnvlinder in duindoorn, foto: David Debruyne

Grote spinsels met kleine rupsjes in het vroege voorjaar als het blad net uitloopt of de spinsels in de late herfst, waarin de rupsjes overwinteren: de larven (rupsjes) van de bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea).

herkennen luizen op appelboom
Kolonie van groene appeltakluis op groeischeuten, foto: Frederik Ceyssens

Groene luizen op nieuwe scheuten – vooral in de zomer. De nieuwe scheuten krullen door de luizen en worden wat geremd in de groei. In het vroege voorjaar zijn ze beperkt zichtbaar: groene appeltakluis (Aphis pomi).

Schimmels & ziektes

Bacterievuur in peer, foto: Ninjatacoshell – CC BY-SA 3.0

Bloesem, blad, tak en twijg worden bruinzwart en verschrompelen, verdikte plekken: bacterievuur (Erwinia amylovora), ook wel perenvuur genoemd.

Perenroest, foto: Titico – Public Domain

Donkeroranje vlekken met bruine kern op het blad, deze verkleuren naar rood en groeien uit tot een oranje bult: perenroest (Gymnosporangium clavariiforme).

herkennen appelschurft
Lichtgroene, matte vlekjes op het blad door appelschurft, foto: CC0 Public Domain

Van lichtgroen naar bruin verkleurende vlekken op het blad, appels groeien niet, krijgen donkere vlekken met stervormige scheurtjes: appelschurft (Venturia inaequalis).

Overig

Voorkom vroegtijdige blad val door een te natte bodem waardoor de wortels kunnen gaan rotten. Zorg voor een goede afwatering en maak de bodem diep los.